Samuël richt de Eben-Haëzer op

Samuël en het volk zijn opnieuw bijeen vlakbij Mispa. Vrouwen doen een reidans en er is gejubel. Samuël wil het volk echter een blijvende herinnering geven aan hun sterke God, die hen uit alle noden redt. Hij richt daarom de gedenksteen Eben-Haëzer op. Het volk Israël bezingt de trouw van Samuël en heeft een noodroep naar God dat Hij hun verder zal helpen.

1 Sam. 7:11-13

11 De mannen van Israël trokken toen uit Mispa, vervolgden de Filistijnen en versloegen hen tot beneden Bet- Kar. 12 En Samuël nam een steen en stelde die op tussen Mispa en Sen; hij gaf hem de naam Eben- Haëzer, en zeide:Tot hiertoe heeft ons de HERE geholpen. 13 Zo werden de Filistijnen vernederd en drongen het gebied van Israël niet meer binnen. De hand des HEREN was tegen de Filistijnen al de dagen van Samuël.